donderdag 11 februari 2010

Toneelreview: Bakchai


Berucht theatermaker Jan Decorte sloeg recentelijk in een samenwerking tussen Bloet, de Roovers en Kaaitheater de hand aan het grootste meesterwerk van de Griekse tragicus Euripides, namelijk de Bacchanten. Uw pedante knorpot van dienst trok naar Toneelhuis Bourla, stond erbij en keek ernaar.

De Bacchanten gaat over een conflict tussen het goddelijke en het aardse. De god Dionysos maakt, vermomd als een oosterse vreemdeling, zijn opwachting in de stad Thebe, de thuisstad van zijn overleden moeder. Koning Pentheus verzet zich tegen de nieuwe godsdienst, die volgens hem de vrouwen zedeloos maakt, en neemt de vreemdeling gevangen. Na verschillende kansen om zich te bekeren verliest de god zijn geduld en berooft Pentheus van zijn zinnen. Vermomd als vrouw gaat de koning dan de Bacchanten bespioneren. Hij wordt ontdekt en verscheurd door zijn eigen moeder, bij wie het begrip later pas daagt wat ze precies gedaan heeft.

Jan Decorte geeft een eigen, eigenwijze draai aan het stuk. Om het zéér omslachtig en positief te zeggen. Het is duidelijk dat de man het origineel wel gelezen heeft, en er verdorie zelfs iets van gesnapt heeft. Dat maakt zijn eigen bewerking des te teleurstellender.

Decorte zelf neemt de rollen van de oude Kadmos en de ziener Teiresias, die in dit stuk zonder enige reden plots Triësias heet, voor zijn rekening. Bepaald een ongelukkige keuze, gezien deze twee figuren een aanzienlijke dialoog met elkaar horen te voeren. Deze twee mannen, die zowat de eerbiedwaardigste mannen van heel Thebe horen te zijn, komen hier uit de verf als gestoorde oude ventjes met het zot in de kop. Het dient wel gezegd dat Decorte uiterste begenadigd is in het neerzetten van seniele oude knarren. Wat boekdelen over de man zelf spreekt, lijkt me.

Sara De Bosschere is Pentheus. Hoewel ze die rol sterk neerzet, ben ik niet tevreden. De grootste sterkte van de originele tragedie zijn de staccatodialogen tussen Pentheus en Dionysos, die steevast een climax vinden in een uitbarsting van onmacht en frustratie van Pentheus.
Ook de belangrijkste scène van de tragedie, het keerpunt waarop Dionysos Pentheus met waanzin slaat, komt niet goed uit de verf. In het origineel wordt Pentheus volkomen verstandelijk vernietigd. Als schim van zichzelf laat hij zich door de vreemdeling in vrouwenkleren steken en wordt hij meegetroond naar zijn offerfeest. En daarmee bedoel ik niet het offerfeest *voor* hem.
Dit staat in scherp contrast met deze Pentheus, die zich nog al te bewust is dat hij betoverd is, maar toch toch als een dolle mina staat rond te stampen en roept: 'Gij heb mij betoverd! Ik heb plots zint in dansen!' Of iets in die aard. De grammaticale regels die Decorte in zijn tekst hanteert, met name die van het al dan niet schrijven van een eind-t, zijn trouwens op z'n minst obscuur te noemen.

Benny Claessens dan. Talk of the show. U kent hem beter als de goedaardige, ietwat snullige en meer dan ietwat obese broer Benny uit Het Geslacht De Pauw. Krijgt hier een naaktrol. Ondergetekende is geen fan van niet-functioneel naakt in theater.
Zeker niet van Benny Claessens, die bijzonder goed de vreemde fascinatie die van de god Dionysos uitgaat weet te vatten door zijn mesmerizerend geblubber. Uiteraard is dit uiterlijk, en het laatste waar ik iemand zou op beoordelen. Maar toch.
Claessens zet al bij al een vrij sterke acteerprestatie neer. Helaas verneukt Decorte ook hier met zijn tekst het verhaal. Het origineel ontleent veel van zijn kracht aan de dramatische ironie. Dionysos vermomt zich als vreemdeling, en openbaart zich pas op het allerlaatst aan de andere personages als god.
De wrede ironie in zijn dialogen en het onbehaaglijke gevoel van dreiging dat de toeschouwers zou moeten bekruipen bij de woorden van de mysterieuze, knappe doch dreigende vreemdeling, zijn hier in geen velden of wegen te bekennen. In plaats krijgen we een colèrig ventje dat met zijn goddelijkheid te koop loopt.

Dè glansrol van het stuk valt te beurt aan Sigrid Vinks, die Agave, de moeder/moordenaar van Pentheus vertolkt. Haar waanzin blijkt mooi uit hoe ze kinderlijk opgewekt en onbezorgd, terwijl hinkelend, het gruwelijke achtergrondverhaal van de tragedie vertelt. Haar sterkste scène is de anagnorisis, waarin ze ontdekt dat het geen leeuw is die in stukken gescheurd aan haar voeten ligt, maar haar eigen zoon. Een aangrijpende monoloog over het trieste lot van de mensen als speelbal van de goden is een absoluut hoogtepunt in dit stuk.


Daar neem ik het geklieder met rode verf, wat blijkbaar quasi-verplicht is in experimenteel theater, graag bij. In plaats van met deze sterke noot echter te eindigen, opteert Decorte ervoor plots nog een vreemd liedje te laten spelen waarin Pentheus een slow placeert met naakte Benny Claessens. eh, Dionysos. Charming.

Decorte heeft geopteerd de koorliederen, een vitaal onderdeel van de Griekse tragedie, te bewaren. Maar gezien de koorliederen hier bestonden uit 4 mensen die als waanzinnigen rondhossen en gutturale en bilabiale kreten uitstoten die schrift geen eer zou kunnen aandoen, had hij dat beter niet gedaan. Positievelingen zullen zeggen dat Decorte hier inderdaad treffend de bacchische roes van de bacchanten mee schildert. Realisten echter zullen eerder zeggen dat Decorte graag een beetje gek wou doen.


Een beeld zegt meer dan duizend woorden.

Het taalgebruik is op z'n minst speciaal te noemen. Dialectisch, kinde(r)lijk. Guido Lauwaert van Knack gaat zo ver het zelfs poëtisch te noemen. Er valt inderdaad te argumenteren dat de rauwe, volkse taal van Decorte goed de grimmigheid van het gebeuren weergeeft, dat kan ik niet ontkennen. Toch vind ik dat veel van de finesses van het origineel hiermee verloren zijn gegaan. 'Klassiek' tragedies opvoeren gaat heden ten dage niet meer, daar ben ik me van bewust. Toch lijkt me dat een iets verfijndere, maar brutaal sarcastische toon beter had gepast.

Om te eindigen... Bakchai van Jan Decorte is een beetje De Bacchanten voor leken. Mensen die geen notie hebben van de rijkheid van het origineel, zullen dit ongetwijfeld een leuk avondje uit vinden. Geen zwaarlijvig gezeik, maar naakte mannen, dansende vrouwen en wat sappige verwijten heen en weer. Lachen toch. En inderdaad, zo slecht is dat op zich allemaal niet. Maar niet bij De Bacchanten. Ik ga ongetwijfeld kort door de bocht, maar dan toch ook weer niet zo heel kort, als ik stel dat wat vaak genoemd wordt als de beste tragedie uit de Griekse periode hier vakkundig vermassacreerd wordt door Decorte.

2 opmerkingen:

  1. "Het is duidelijk dat de man het origineel wel gelezen heeft, en er verdorie zelfs iets van gesnapt heeft. Dat maakt zijn eigen bewerking des te teleurstellender."
    De spijker op de kop.

    Ik deel je mening over Agave, de anagnorisis en de rode verf.

    Johanna

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het stuk zelf heb ik niet gezien, maar heb Decorte en Claessens er wel over horen (en zien) spreken op tv (bij Phara en in het journaal). Het leek me al zeer speciaal en experimenteel... Leuke en grappig recensie :D
    Veerle

    BeantwoordenVerwijderen