zondag 21 februari 2010

Addendum: Dante's Inferno: an Animated Epic: Trailer

Filmreview: Dante's Inferno: an Animated Epic (of hoe de Divina Commedia tot tweemaal toe verkracht wordt)


Gamefanaten onder ons weten het waarschijnlijk wel: deze maand is Dante's Inferno, voor de Playstation en XBox, eindelijk uitgekomen. Het concept is hetzelfde als dat van God of War: u speelt een stoere actieheld die zich onvervaard doorheen een stevige portie mythologie een bloederige weg baant.
Met deze game is het als met zoveel: Love it or leave it.Hoewel eerlijkheid me gebiedt te bekenen dat ik deze titel maar wat graag aan m'n verzameling zou toevoegen.


Na deze eerste verkrachting van de Divina Commedia worden we nog getrakteerd op een tweede: de animatiefilm afgeleid van het spel afgeleid van het boek.
Het verhaal volgt in grote lijnen de plot van de game: Dante is een stoere machokruisvaarder die bijzonder onaangenaam verrast is bij zijn thuiskomst. Zijn huishouden is geplunderd, z'n vader en dienaars brutaal van kant gemaakt. Oja, en Beatrice is ook dodelijk gewond. Als de duivel in persoon verschijnt om de ziel van de brave Beatrice naar de hel mee te sleuren om haar tot zijn bruid te maken, is Dante bepaald not amused.







Dante Alighieri kreeg zojuist een facelift. Oude Dante be approving.

Dante neemt de "Loop naar de hel" van Lucifer ièts te letterlijk. Bij de Hellepoort loopt hij de Romeinse dichter Vergilius, die net als Dante en Beatrice de hele godganse film van stijl verandert, tegen het lijf. Gezien hij dood is, en als dusdanig weinig beters te doen heeft, besluit hij Dante doorheen de 9 Hellekringen te gidsen. Dante steelt een badass zeis van een of andere onfortuinlijke demon, laat zich door Charon over de Styx varen, en bedankt hem voor de moeite door hem een kopje kleiner te maken. Over dankbaarheid gesproken.

Het verhaal laat zich raden. Dante maait (want hij heeft een zeis, get it?) een baan door de onderwereld terwijl hij geconfronteerd wordt met zijn eigen zondige leven. Beatrice, die een paar keer in de film full frontal gaat (Niet dat ik er al te veel bezwaar tegen heb), wordt ondertussen door de duivel verleid. In de laatste kloof van Malebolge, voor de ogen van Dante, geeft ze dan eindelijk toe en wordt de bruid van Satan.


Ook Beatrice kreeg een facelift. Jeroen be approving.

Wat nu volgt zou een enorme spoiler geweest zijn, ware het niet dat iedereen het van mijlenver ziet aankomen: Dante slaagt erin Beatrice haar geloof terug te laten vinden. Beatrice vertrekt onder engelengezang richting Hogerop, terwijl Dante zich opmaakt voor de laatste epic showdown: hij daalt af naar Judecca om Lucifer, de gevallen aartsengel, op z'n bakkes te geven. Dante style, bitch.
Het resultaat laat zich eveneens raden. Waarom Lucifer laserstralen uit zijn vleugels kan schieten, ontgaat me evenwel even.

Zoals gezegd is Dante's Inferno: an Animated Epic net als de game een complete verkrachting van het origineel. Sluit een dynamo aan op Dante, die zich omdraait in zijn graf, en je hebt waarschijnlijk genoeg om heel Italië van stroom te voorzien voor de komende decennia.
De scène met de hoogmoedige Farinata, wat door experts terzake beschouwd wordt als een cruciaal moment in de ontwikkeling van de Europese, zelfs de wereldliteratuur, verloopt hier ongeveer als volgt:
Farinata: Het gaat je lekker toch niet lukken, nananananaaa!
Dante: (plant zijn crucifix stevig in Farinata's schedel)Never liked that guy anyway.

Nouja.

Toch is deze animatiefilm best een aanrader voor wie van bloederige actie houdt, nooit van de Divina Commedia gehoord heeft, of voor literatuurstudenten die eens goed willen lachen bij de verkrachting van een meesterwerk. Liefhebbers kunnen eens langskomen met een usb-stickje, of beter: breng een emmer popcorn mee, en schuif erbij.

donderdag 11 februari 2010

Addendum: Jan Decorte over Bakchai op EXQI

Ter illustratie van mijn voorgaande review, schenk ik u:



Alles is er: de gekke koorliederen, naakte Benny Claessens en het gare slowtje op het einde. Om u maar een idee te geven.

"Die ouw Grieken die kenden er niets van, die schreven zomaar wat op en dat werd gedeclameerd en verder was er niets aan de hand dan de zon die opkwam en onderging."

Of hoe Jan Decorte nog maar eens bewijst dat hij een oetlul is die er zèlf niets van kent. De psychologische rehabilitering van Agave op het einde van het stuk wordt zelfs heden ten dage nog uitermate geprezen omwille van de realistische aanpak.

Toneelreview: Bakchai


Berucht theatermaker Jan Decorte sloeg recentelijk in een samenwerking tussen Bloet, de Roovers en Kaaitheater de hand aan het grootste meesterwerk van de Griekse tragicus Euripides, namelijk de Bacchanten. Uw pedante knorpot van dienst trok naar Toneelhuis Bourla, stond erbij en keek ernaar.

De Bacchanten gaat over een conflict tussen het goddelijke en het aardse. De god Dionysos maakt, vermomd als een oosterse vreemdeling, zijn opwachting in de stad Thebe, de thuisstad van zijn overleden moeder. Koning Pentheus verzet zich tegen de nieuwe godsdienst, die volgens hem de vrouwen zedeloos maakt, en neemt de vreemdeling gevangen. Na verschillende kansen om zich te bekeren verliest de god zijn geduld en berooft Pentheus van zijn zinnen. Vermomd als vrouw gaat de koning dan de Bacchanten bespioneren. Hij wordt ontdekt en verscheurd door zijn eigen moeder, bij wie het begrip later pas daagt wat ze precies gedaan heeft.

Jan Decorte geeft een eigen, eigenwijze draai aan het stuk. Om het zéér omslachtig en positief te zeggen. Het is duidelijk dat de man het origineel wel gelezen heeft, en er verdorie zelfs iets van gesnapt heeft. Dat maakt zijn eigen bewerking des te teleurstellender.

Decorte zelf neemt de rollen van de oude Kadmos en de ziener Teiresias, die in dit stuk zonder enige reden plots Triësias heet, voor zijn rekening. Bepaald een ongelukkige keuze, gezien deze twee figuren een aanzienlijke dialoog met elkaar horen te voeren. Deze twee mannen, die zowat de eerbiedwaardigste mannen van heel Thebe horen te zijn, komen hier uit de verf als gestoorde oude ventjes met het zot in de kop. Het dient wel gezegd dat Decorte uiterste begenadigd is in het neerzetten van seniele oude knarren. Wat boekdelen over de man zelf spreekt, lijkt me.

Sara De Bosschere is Pentheus. Hoewel ze die rol sterk neerzet, ben ik niet tevreden. De grootste sterkte van de originele tragedie zijn de staccatodialogen tussen Pentheus en Dionysos, die steevast een climax vinden in een uitbarsting van onmacht en frustratie van Pentheus.
Ook de belangrijkste scène van de tragedie, het keerpunt waarop Dionysos Pentheus met waanzin slaat, komt niet goed uit de verf. In het origineel wordt Pentheus volkomen verstandelijk vernietigd. Als schim van zichzelf laat hij zich door de vreemdeling in vrouwenkleren steken en wordt hij meegetroond naar zijn offerfeest. En daarmee bedoel ik niet het offerfeest *voor* hem.
Dit staat in scherp contrast met deze Pentheus, die zich nog al te bewust is dat hij betoverd is, maar toch toch als een dolle mina staat rond te stampen en roept: 'Gij heb mij betoverd! Ik heb plots zint in dansen!' Of iets in die aard. De grammaticale regels die Decorte in zijn tekst hanteert, met name die van het al dan niet schrijven van een eind-t, zijn trouwens op z'n minst obscuur te noemen.

Benny Claessens dan. Talk of the show. U kent hem beter als de goedaardige, ietwat snullige en meer dan ietwat obese broer Benny uit Het Geslacht De Pauw. Krijgt hier een naaktrol. Ondergetekende is geen fan van niet-functioneel naakt in theater.
Zeker niet van Benny Claessens, die bijzonder goed de vreemde fascinatie die van de god Dionysos uitgaat weet te vatten door zijn mesmerizerend geblubber. Uiteraard is dit uiterlijk, en het laatste waar ik iemand zou op beoordelen. Maar toch.
Claessens zet al bij al een vrij sterke acteerprestatie neer. Helaas verneukt Decorte ook hier met zijn tekst het verhaal. Het origineel ontleent veel van zijn kracht aan de dramatische ironie. Dionysos vermomt zich als vreemdeling, en openbaart zich pas op het allerlaatst aan de andere personages als god.
De wrede ironie in zijn dialogen en het onbehaaglijke gevoel van dreiging dat de toeschouwers zou moeten bekruipen bij de woorden van de mysterieuze, knappe doch dreigende vreemdeling, zijn hier in geen velden of wegen te bekennen. In plaats krijgen we een colèrig ventje dat met zijn goddelijkheid te koop loopt.

Dè glansrol van het stuk valt te beurt aan Sigrid Vinks, die Agave, de moeder/moordenaar van Pentheus vertolkt. Haar waanzin blijkt mooi uit hoe ze kinderlijk opgewekt en onbezorgd, terwijl hinkelend, het gruwelijke achtergrondverhaal van de tragedie vertelt. Haar sterkste scène is de anagnorisis, waarin ze ontdekt dat het geen leeuw is die in stukken gescheurd aan haar voeten ligt, maar haar eigen zoon. Een aangrijpende monoloog over het trieste lot van de mensen als speelbal van de goden is een absoluut hoogtepunt in dit stuk.


Daar neem ik het geklieder met rode verf, wat blijkbaar quasi-verplicht is in experimenteel theater, graag bij. In plaats van met deze sterke noot echter te eindigen, opteert Decorte ervoor plots nog een vreemd liedje te laten spelen waarin Pentheus een slow placeert met naakte Benny Claessens. eh, Dionysos. Charming.

Decorte heeft geopteerd de koorliederen, een vitaal onderdeel van de Griekse tragedie, te bewaren. Maar gezien de koorliederen hier bestonden uit 4 mensen die als waanzinnigen rondhossen en gutturale en bilabiale kreten uitstoten die schrift geen eer zou kunnen aandoen, had hij dat beter niet gedaan. Positievelingen zullen zeggen dat Decorte hier inderdaad treffend de bacchische roes van de bacchanten mee schildert. Realisten echter zullen eerder zeggen dat Decorte graag een beetje gek wou doen.


Een beeld zegt meer dan duizend woorden.

Het taalgebruik is op z'n minst speciaal te noemen. Dialectisch, kinde(r)lijk. Guido Lauwaert van Knack gaat zo ver het zelfs poëtisch te noemen. Er valt inderdaad te argumenteren dat de rauwe, volkse taal van Decorte goed de grimmigheid van het gebeuren weergeeft, dat kan ik niet ontkennen. Toch vind ik dat veel van de finesses van het origineel hiermee verloren zijn gegaan. 'Klassiek' tragedies opvoeren gaat heden ten dage niet meer, daar ben ik me van bewust. Toch lijkt me dat een iets verfijndere, maar brutaal sarcastische toon beter had gepast.

Om te eindigen... Bakchai van Jan Decorte is een beetje De Bacchanten voor leken. Mensen die geen notie hebben van de rijkheid van het origineel, zullen dit ongetwijfeld een leuk avondje uit vinden. Geen zwaarlijvig gezeik, maar naakte mannen, dansende vrouwen en wat sappige verwijten heen en weer. Lachen toch. En inderdaad, zo slecht is dat op zich allemaal niet. Maar niet bij De Bacchanten. Ik ga ongetwijfeld kort door de bocht, maar dan toch ook weer niet zo heel kort, als ik stel dat wat vaak genoemd wordt als de beste tragedie uit de Griekse periode hier vakkundig vermassacreerd wordt door Decorte.

zaterdag 6 februari 2010

Rant 4: Verwachtingen en zelfbeklag

Goed. Ik had gehoopt dat het niet zover had moeten komen, maar hier is 'ie dan. De eerste zaag-, klaag- en zelfbeklagblog. Het is een bewuste keuze dat ik deze niet via de gebruikelijke kanalen kenbaar maak. Dit is in se een rant om frustraties te venten. Lasciate ogne speranza, voi ch'intrate. U weze gewaarschuwd.

Vermoedelijk heeft die waarschuwing een averechts effect gehad. Immers, u hebt nu toch al de moeite genomen naar deze blog te komen, en wie weet valt er nog wat te lachen. Can't blame ya.

Gisteren, vrijdag 5 februari, werden de examenresultaten van de studenten van Letteren bekend gemaakt. Yours truly was geslaagd. 12, 13, 14, 15. Als het poker was, zou ik stilaan beginnen verhogen.

Uiteraard, zult u zeggen, Jeroen slaagt toch altijd.

Wel. Daar wil ik het even over hebben. Ja, het is waar dat ik al m'n zevende examenperiode aan de KUL overleefd heb zonder een enkel buispunt in te hoeven zetten. Ja, ik hoor vaak bij die mensen die zich ten onrechte zorgen maken.
Maar dat iedereen dat alles wat ik presteer zomaar vanzelfsprekend vindt, daar heb ik een probleem mee. Het lukt Jeroen wel, everything always does.

Ik ben verdorie ook maar een mens. Ik moet echt geen standbeelden of uitgebreide banketten hebben om een goede uitslag te vieren, ik moet echt niet verheerlijkt worden. Maar alles altijd vanzelfsprekend vinden is zo vreselijk frustrerend voor mij. Gisteren krijg ik net het spreekwoordelijke schouderklopje for a job well done, vandaag krijg ik te horen dat ik al een week precies als een terminaal zieke in de zetel zit, en dat ik meer aan m'n conditie zou mogen werken.

Dat ik al een week aan het werken ben? 7 pagina's thesis en een goede 100 recensies voor de Guidogids er heb doorgejaagd?

Boeit niet.

Terwijl ik volgend semester een thesis te schrijven heb van 80 pagina's, een 8-tal boeken te lezen heb waarover ik dan, met de gepaste secundaire literatuur, een 20 pagina's tellende portfolio moet samenstellen, een Guidogids van 330 teksten te schrijven heb voor eind april, een zelfstandige lectuuropdracht van Latijn moet verwerken, erasmusregelingen treffen en ergens tussendoor me het Italiaans nog machtig maken, wordt er geklaagd dat ik te weinig aan m'n conditie werk.

Well excuse me

Wie zelf student is, kan me er geen ongelijk in geven dat dat een shitload werk is. Wie zelf Erasmuservaringen binnen Letteren heeft, zal weten dat het geen sinecure is met de fratsen van Roger Janssens om te gaan. Hier, thuis, telt dat voor niets. Doe maar zoveel mogelijk. Ik ben Jeroen, ik kan toch alles.

Heck, in sommigen gevallen gaat het niet eens meer om mij. Gisteren werd ik 5-maal ge-sms't, 3-maal gebeld en lastig gevallen "of ik m'n punten al had". Terwijl ik uitdrukkelijk had gezegd dat ja, als ik ze weet, dan stuur ik *direct* sms'jes door.
"Maar ge weet hoe uw nonkel is, die heeft geen rust voor hij uw punten kent"

En *ik* dan?

Uiteindelijk werd de telefoon door de bomma neergesmeten omdat ik al thuis was, en er door een misverstand verstaan was dat ik naar Leuven was om mijn punten te halen. Terwijl ik gewoon wat boodschapjes moest doen. De afwas doen. Magic-kaartjes kopen. "Nu hebt ge ons goed liggen", zeiden ze. Toen ik er op wees dat het toch niet zo gek veel uitmaakte wààr ik was, als ik m'n punten maar liet weten: "Ja, ge hebt gelijk. Dat maakt eigenlijk niet uit. Maar goed, het is gedaan met bellen. Dag Jeroen." Klets

Nou ja.

Gewone gang van zaken hier in Sint-Truiden hoor. Ik krijg nog een paar dagen zure gezichten, en dan waait het weer over. In plaats van blij en opgelucht te zijn dat ik geslaagd ben, kan ik me daar zorgen over maken. In plaats van na een week thesissen en een examenperiode nog 2 dagjes vakantie te nemen, krijg ik zure gezichten omdat ik niet voldoende lichaamsbeweging heb.
Terwijl ik nog steeds 73 pagina's thesis, 230 recensies, een zelfstandige lectuuropdracht Latijn en een portfolio van 20 pagina's te schrijven heb.

En Italiaans moet leren.

Maar ach, wat zeur ik. Alles komt toch altijd in orde. Ik ben immers Jeroen.