Vanuit de tuin staat me aan te staren
Een sneeuwman, ijskoud winterkind
Door kind'ren groot en klein bemind
Met dode ogen, klosjes garen
Een rode wortel dient als neus
Met scheve glimlach, twijgjeskruin
Fier in mijn witbesneeuwde tuin
Bijna idyllisch, maar niet heus
IJzig, eng, kwaadaardig doch fragiel
Dreigend in de laatste zonneschijn
Voor hij in de duist're ijshel viel
Hij of ik, zo zal het zijn
Met takjesarmen grijpt hij naar mijn ziel
Een sneeuwschop in zijn sneeuwmanbrein
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Mooi geschreven!
BeantwoordenVerwijderenKirsten
Ik hou van de takjesarmen. Meer van dat, Jeroen! Ideaal in deze donkere tijden dat ik me om 8 u 's ochtends banjerend een weg doorheen samenscholingen van ijskoude winterkinderen moet banen naar idyllisch gasthuisberg. Chapeau! Herlinde
BeantwoordenVerwijderenBeter dan die liefdespoëzie die we tegen de 11e moesten analyseren :p. Grtz Veerle
BeantwoordenVerwijderen